De voorzitter
Mevrouw Schauvliege heeft het woord.
Mieke Schauvliege (Groen)
Minister, vorige week kwam het auditeursverslag van de Raad van State over het tijdelijke handelingskader met betrekking tot PFAS binnen. Zoals verwacht – we hebben dat al meermaals in deze commissie op tafel gelegd – was dat advies vernietigend. De auditeur stelt de wetenschappelijkheid van de normering in vraag en stelt dat er aannames zijn gedaan die, op basis van de beschikbare wetgeving en het wetenschappelijke onderzoek, niet kunnen worden verantwoord.
Ik citeer de auditeur. “De situatie is, met andere woorden, dat er, ruim verspreid in het Vlaamse Gewest, verontreiniging van de bodem door niet van nature aanwezige PFAS is veroorzaakt door menselijke activiteit. Zelfs op plaatsen waar men die verontreiniging het minst verwacht, heeft die een niveau bereikt waardoor het grondwater wordt verontreinigd, in die mate dat de vooralsnog als veilig in aanmerking genomen concentraties, dreigen te worden overschreden.
Zonder de reden daarvoor toe te lichten, laat de studie de vaststelling terzijde dat een waarde vrij gebruik op het niveau van de streefwaarde of een hogere waarde, geen garantie inhoudt dat het grondwater beschermd blijft. In plaats daarvan verwijst ze naar de beslissingsregels of beleidskeuzes en stelt ze een richtwaarde of een waarde vrij gebruik voor die twee maal de vastgestelde streefwaarde bedraagt. Dat is in strijd met artikel 3, §3, van het Bodemdecreet.
Om die waarde niet meer dan 80 procent van de strengste bodemsaneringsnorm te laten bedragen, wordt meteen ook voorgesteld om de bodemsaneringsnorm bestemmingstype I en II te verhogen: van de op basis van de gezondheidskundige grenswaarde berekende 0,2 microgram per kilogram droge stof, tot 3,8 microgram per kilogram droge stof voor PFOS, en van 0,6 microgram per kilogram droge stof, tot 2,5 microgram per kilogram droge stof voor PFOA.”
Minister, dit is exact waarvoor ik vorige legislatuur heb gewaarschuwd in deze commissie. De auditeur stelt de onderbouwing dus ontzettend hard in vraag en geeft aan dat de normen voor een gezonde leefomgeving niet kunnen worden gegarandeerd met deze manier van werken.
Minister, afgelopen week hebt u verklaard dat het tijdelijke handelingskader wordt herbekeken. U hebt dat ook al meermaals in de commissie verklaard. U hebt eigenlijk gezegd dat u het zult versoepelen. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) is, volgens uw verklaring, bezig met de maatschappelijke kosten-batenanalyse in samenwerking met het Departement Zorg en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (DMOW). Minister De Ridder is het tijdelijke handelingskader aan het evalueren. Dat is althans wat zij verklaart in de commissie Openbare Werken.
Minister, u gaf in de krant aan – en eigenlijk ook al in deze commissie – dat u het verslag van de auditeur zou afwachten, net als de uitspraak van de Raad van State. Minister, het verslag is eigenlijk zeer, zeer, zeer duidelijk. Het stelt zeer duidelijk dat de normen absoluut niet goed zijn onderbouwd en ze bieden totaal geen garanties voor een gezonde leefomgeving.
Minister, mijn vraag aan u is: wat is uw reactie op het verslag van de auditeur? Welke stappen zult u ondernemen om het handelingskader beter te onderbouwen en de normen aan te scherpen? Hoe zult u het parlement hierbij betrekken?
De voorzitter
De heer Verduyckt heeft het woord.
Kris Verduyckt (Vooruit)
Ik denk dat er maar een goede zaak is aan de hele zaak rond 3M: het feit dat we de stoffen zoals PFAS vandaag veel beter kennen en weten welke problemen die met zich meebrengen. Dat probleem heeft heel wat aspecten, maar het allerbelangrijkste is de gezondheid van de bevolking. Daar gaat het natuurlijk over. Ik kom zelf uit een vervuilde regio, waar we heel lang met zinkassen en dergelijke hebben gedeald. Ik weet hoe lastig het is om daarna van die vervuiling af te geraken, maar als we het echt menen met de gezondheid van onze burgers, is dat wel de taak waar we voor staan.
Het probleem is natuurlijk dat we al het een en ander weten, maar er is ook best veel onderzoek nodig om daar op een ideale manier mee om te gaan. Ik begrijp dat de vorige Vlaamse Regering de koe toch al bij de hoorns wilde vatten en niet wilde wachten om de geplande werken te laten verdergaan. Dan kwam er het tijdelijke handelingskader, waarover nu een negatief advies van de auditeur van de Raad van State is gekomen. We moeten wachten op wat het definitief zal worden in de periode rond juni, maar als je het verslag leest, ziet dat er natuurlijk niet goed uit.
Minister, mijn vragen voor u zijn de volgende. Welke conclusies trekt u vandaag uit het advies van de Raad van State? Wat zal er gebeuren met het tijdelijke handelingskader met betrekking tot PFAS?
Ik heb nog een meer algemene vraag: wat is uw visie over hoe we verder moeten omgaan met PFAS? Bent u het met me eens dat we die vervuiling het best aan de bron aanpakken en dat een Europees verbod op bijvoorbeeld de productie van PFAS, een goede zaak zou zijn?
De voorzitter
De heer De Roo heeft het woord.
Stijn De Roo (cd&v)
Het ongunstige advies van de auditeur van de Raad van State kwam er eigenlijk niet door in te gaan op de argumenten ten gronde of op de middelen an sich. Het was vooral een ambtshalve beslissing. De kern van de conclusie was dan, een beetje kort door de bocht, dat het tijdelijke handelingskader niet in lijn zou liggen met de doelstellingen van het Bodemdecreet. Ik denk dat het goed is om ook hier te stellen: het gaat over een advies en niet over een definitieve uitspraak. Maar een advies is natuurlijk toch altijd richtinggevend, dus is het van belang om u daarover te ondervragen, minister.
Het tijdelijke handelingskader hebben we natuurlijk nodig. We hebben een kader nodig om te weten wat we kunnen doen met de grond die PFAS bevat. We moeten daar ergens mee naartoe, we moeten die op een manier behandelen. Hoe gaan we dat nu aanpakken? Daarvoor hebben we dat tijdelijke handelingskader nodig. Het werd goedgekeurd door de vorige Vlaamse Regering, maar het is nog niet in werking getreden, in afwachting van het definitieve advies van de Raad van State.
Vandaar heb ik een aantal vragen aan u, minister:
Wat is uw reactie op het advies? Welke stappen zult u ondernemen om het advies grondig te analyseren, en welke instanties of welke experts worden daarbij betrokken? Hoe zult u ten slotte zorgen voor een rechtszekere oplossing voor een veilige en realistische omgang met PFAS in onze bodems?
De voorzitter
De heer Pieters heeft het woord.
Andy Pieters (N-VA)
Minister, over dat tijdelijke handelingskader is al heel veel gezegd, ook in deze commissie. Voor de een was het veel te streng, dat weten we, vandaar ook de roepen om versoepelingen. Voor de ander was het veel te soepel, denk maar aan de milieu- en natuurorganisaties. Nu komt daar het verslag van de auditeur van de Raad van State bij, die de bouwsector toch wel wat richting onzekerheid duwt. Als dat advies gevolgd zou worden, zou dat toch wel ernstige gevolgen hebben.
Wat zegt dat advies namelijk? Ik stel vooreerst, net zoals de heer De Roo, vast dat dat advies vooral eigen middelen inroept en zich niet zozeer beperkt tot de middelen die ingeroepen werden door tegenpartijen – dat is op zich al bijzonder. Maar dat advies zegt vooral dat we eigenlijk naar een nulrisicoverhaal moeten gaan in de PFAS-aanpak.
Wat onze fractie betreft, minister, willen we uiteraard geen risico’s nemen met de gezondheid van mensen, maar een nulrisico, dat kan niet in het verhaal van de PFAS-opkuis. Dat wil ik hier toch al duidelijk meegeven. Het is natuurlijk wel essentieel dat we gaan naar een handelingskader dat rechtszeker is en ook daadkrachtig die vervuiling aanpakt. Het ene hoeft het andere niet in de weg te staan.
Vandaar heeft onze fractie de volgende vraag, minister. Welke maatregelen zult u, samen met uw collega’s in de regering, nemen om op korte termijn toch rechtszekerheid te bieden aan de bouwsector en te zorgen voor een juridisch en milieutechnisch houdbaar kader om de PFAS-vervuiling in Vlaanderen aan te pakken?
De voorzitter
Er was ook nog een soortgelijke vraag van mevrouw Verhaert, maar zij is om medische redenen verhinderd. Ze heeft haar vraag dan ook ingetrokken.
Minister Brouns heeft het woord.
Minister Jo Brouns
We bestuderen momenteel het advies van de auditeur zeer grondig, samen met een team van technische en juridische experts. Zoals u weet, beschikt de Vlaamse Regering vanaf de betekening van dit verslag over een termijn van dertig dagen om daarop te reageren. Het valt alleszins op dat de auditeur zijn onderzoek en advies tot vernietiging niet baseert op de door de verzoekende partijen opgeworpen middelen – zoals ook hier door jullie is vastgesteld –, maar enkel gebaseerd heeft op een door hemzelf ambtshalve opgeworpen wettigheidskritiek. Dit verslag van de auditeur is alleszins nog geen vernietiging. De Raad van State zal zijn definitieve oordeel pas over enkele maanden vellen.
Als de Raad dit besluit van de Vlaamse Regering (BVR) zou vernietigen, heeft dat nu geen directe gevolgen voor lopende bouwprojecten of specifieke werven. Dat was dan specifiek de vraag van collega Verhaert. Het besluit van de Vlaamse Regering was immers nog niet in werking getreden, zoals ook reeds eerder toegelicht.
Collega’s, als minister zal ik uiteraard werk blijven maken van oplossingen voor deze zeer complexe milieuproblematiek. Voor mij staan rechtszekerheid, de volksgezondheid en het verwijderen van het PFAS-risico uit het milieu daarbij uiteraard voorop. We bestuderen daarom het verslag van de auditeur in detail.
De Vlaamse Regering verzocht eind vorig jaar de ministers van zowel Mobiliteit en Openbare Werken (MOW), Omgeving als Welzijn om te komen tot een gezamenlijke aanpak met korte- en langetermijnmaatregelen voor een duurzame, efficiënte, rechtszekere en gedragen gebiedsspecifieke aanpak voor de omgang met PFAS in Vlaanderen bij de uitvoering van de grondwerken en bemaling. De Vlaamse Regering verzocht daarbij ook om daarover te rapporteren tegen uiterlijk eind februari 2025, dus het einde van deze maand. De inzichten uit het auditoraatsverslag nemen we uiteraard ook mee bij de uitwerking van dit plan.
Het is duidelijk dat we hierover op een serene manier toch een grondig maatschappelijk debat moeten voeren. We kunnen om zowel ecologische, operationele als financiële redenen helaas niet heel Vlaanderen saneren van deze alomtegenwoordige polluent. Zoals eerder gezegd: we moeten prioriteit geven daar waar er gezondheidsrisico’s zijn en daar waar het meest doelmatig en efficiënt PFAS uit het milieu kan worden verwijderd. Ik sta steeds open voor concrete, realistische en oplossingsgerichte input – ook vanuit dit parlement, collega’s, laat dat duidelijk zijn.
Het zoeken naar evenwichtige, doelmatige en rechtszekere oplossingen in dit dossier is recht evenredig met de complexiteit van de onderliggende milieuproblematiek .
Wat de vergelijking met Nederland en andere Europese landen betreft: het klopt niet dat wij voor alle criteria voor het hergebruik van bodemmaterialen in Vlaanderen strengere criteria zouden hanteren dan Nederland. Het juridische kader en de benaderingswijze zijn in beide landen anders. Voor sommige criteria zijn wij strenger – bijvoorbeeld voor PFOA –, voor andere is Nederland dan weer strenger. In het Nederlandse ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ gaat het bovendien om adviezen zonder wettelijke waarde. Initiatiefnemers blijven zelf verantwoordelijk voor de controle op een verantwoorde invulling van deze zorgplicht.
Voor mij is het overigens niet van belang dat we strenger zijn of minder streng dan de ons omringende landen, maar wel dat we de effectieve gezondheids- en milieurisico’s die zich hier voordoen vermijden en aanpakken, en dit op een doelmatige en rechtszekere manier. Ik vind wel dat we in Europa koplopers moeten blijven inzake het uitvoeren van saneringsprojecten en het ontwikkelen van saneringstechnieken.
Collega Verduyckt, ik ben het ermee eens dat we het probleem van PFAS in ons leefmilieu best aan de bron aanpakken. Het is duidelijk dat we daarvoor ook moeten inzetten op preventie zodat de emissie van PFAS naar de omgeving maximaal wordt teruggedrongen. Vlaanderen en België kijken daarom met veel aandacht naar het bij het European Chemicals Agency (ECHA) ingediende dossier met een voorgestelde restrictie van ongeveer tienduizend PFAS-houdende stoffen. De wetenschappelijke comités van ECHA beoordelen het voorstel in termen van de risico’s voor mens en milieu en de gevolgen voor de samenleving. Ik ben in die zin voorstander van een verregaande uitfasering van en restrictie op alle PFAS-houdende producten.
Om te besluiten, collega’s, wil ik nogmaals benadrukken dat het PFAS-dossier een bijzonder grote uitdaging is, die we met de nodige nuance, daadkracht en wetenschappelijke onderbouwing moeten benaderen. We staan voor een complexe taak om zowel volksgezondheid, milieubescherming als economische rechtszekerheid met elkaar te verzoenen. Daarom blijven we werken aan een juridisch houdbaar en praktisch uitvoerbaar kader, dat de impact van PFAS op mens en milieu minimaliseert.
Dit debat vraagt geen simplistische slogans, maar gedragen en haalbare oplossingen. Ik nodig jullie, het parlement, dan ook uit om mee constructief na te denken en samen te werken aan een robuust beleid, waarin we verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van Vlaanderen. We nemen de bevindingen van de auditeur ernstig, maar laten ons niet verlammen. We blijven handelen met een duidelijke focus op rechtszekerheid, volksgezondheid en een werkbare aanpak.
De voorzitter
Mevrouw Schauvliege heeft het woord.
Mieke Schauvliege (Groen)
Minister, ik ben het met u eens dat we daadkrachtig aan de slag moeten gaan, gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing. Maar dat was net het probleem. Er is een handelingskader voorgesteld en daar is wetenschappelijk onderzoek voor gedaan, en dan heeft men plots vastgesteld dat we er zo niet geraken. Men heeft dan alles maal twee gedaan en ervoor gezorgd dat we zo binnen de range van 80 procent blijven. Ik heb dat hier toen in deze commissie op tafel gelegd. Er was een zweem van wetenschappelijkheid, de Vlaamse Regering heeft een norm vastgesteld, en nu zegt de auditeur exact wat we toen ook hier in het parlement besproken hebben, namelijk dat dit eigenlijk niet kan.
Maar hij gaat nog verder, hij zegt het volgende. Ik citeer uit het auditeursverslag, randnummer 171. “Een gebrek aan bodemsaneringsnormen voor PFAS, dus meer dan het verzuim aan het artikel 9, §1 van het Bodemdecreet. Deze keuze heeft als gevolg dat de bodemverontreiniging met PFAS voor onbepaalde tijd in belangrijke mate wordt onttrokken aan de toepassing van het Bodemdecreet”. Hij geeft ook aan – randnummer 164 – dat we ontzettend veel risico lopen door hier geen rekening mee te houden.
Ik hoor u in uw antwoord zeggen dat u het auditeursverslag gaat bestuderen. Eigenlijk geeft u daarmee de indruk dat u het niet zo’n goed verslag vindt, omdat hij ingaat op argumenten die de tegenpartij niet heeft aangehaald. Minister, het is duidelijk: de auditeur geeft aan dat de normen niet oké zijn, dat ze er niet voor zorgen dat de gezondheid van de mensen gegarandeerd zijn. Ik zou dus verwachten dat er nu een alarmbel afgaat, en dat u nu de verschillende diensten die bezig zijn met het evalueren van het handelingskader, de opdracht zou geven om het te herwerken in functie van een aangescherpt handelingskader dat wel gebaseerd is op wetenschappelijkheid. Maar dat hoor ik u eigenlijk niet zeggen.
Mijn vraag is dus heel concreet, minister: de OVAM is momenteel bezig met een kosten-batenanalyse, in samenwerking met het Departement Zorg en MOW, als ik het goed heb begrepen. Welke opdracht hebt u hun precies gegeven, om ervoor te zorgen dat er op heel korte termijn een handelingskader op tafel komt dat wel garandeert dat de omgeving en de gezondheid van de mensen niet in gevaar komen?
De voorzitter
De heer Verduyckt heeft het woord.
Kris Verduyckt (Vooruit)
Ik heb het antwoord van de minister gehoord. Ik heb blijkbaar niet hetzelfde antwoord gehoord als de collega van Groen, want ik vond dat er wel degelijk gezegd werd dat dit ernstig genomen wordt. Het is zo dat de Raad van State binnen enkele maanden een uitspraak zal doen. Ik ga ervan uit, minister, dat u niet afwacht tot de uitspraak er is, maar dat u dit ernstig blijft bekijken, want de richting lijkt me wel duidelijk uit het advies.
De PFAS-vervuiling is inderdaad lastig en kost veel geld. Rechtszekerheid is belangrijk. Ik begrijp de heer Pieters als hij zegt dat het nulrisico niet bestaat, maar aan de andere kant staat – op een moment waarop we te weinig weten, zoals vandaag – het voorzorgsprincipe voorop.
Een goede gezondheid is het grootste goed dat een mens kan hebben. Daar mag je niet mee spelen. In die zin vinden we het ontzettend belangrijk dat dat hier als eerste principe naar voren komt. Dat doen we ook in andere dossiers, zoals asbest of zink in het verleden. Dat is belangrijk. Laat ons die lessen uit het verleden ook meenemen.
Tot slot – want ik heb geen bijkomende vragen meer – wil ik wel zeggen dat ik tevreden ben met het standpunt van de minister over die Europese aanpak, waarbij we proberen om de problemen aan de bron aan te pakken om zo die enorme maatschappelijke kost, op het vlak van financiën, maar ook van gezondheid, in de toekomst te vermijden.
De voorzitter
De heer De Roo heeft het woord.
Stijn De Roo (cd&v)
Dank u, minister, voor uw antwoord. Als ik collega Schauvliege beluister, dan laat ze in de opsomming van drie begrippen die u naar voren schuift – daadkracht, wetenschappelijke benadering – elke keer bewust een woord weg, en dat woord is: ‘nuance’. Ze deed dat nogmaals in een andere opsomming: concrete, realistische, oplossingsgerichte pistes. Ik denk dat dat inderdaad het elan is waarop we verder moeten gaan, minister. We moeten vooral zoeken naar oplossingen. Hoe kunnen we al de werven die mogelijk dreigen vast komen te zitten in Vlaanderen, verzoenen met het vrijwaren van de volksgezondheid en van ons milieu? Ik denk dat die drie belangrijke principes overeind moeten blijven, en dat die moeten leiden tot één oplossing.
Wat betreft de uitfasering van PFAS: dat hebben we in het parlement al naar voren geschoven, ook tijdens de onderzoekscommissie. Maar daar zit je natuurlijk met een Europees verhaal. Het is enkel op het Europese niveau dat we die uitfasering zullen kunnen bewerkstelligen, en waar we ook aan de kar zullen moeten duwen of trekken, afhankelijk van hoe je het bekijkt. Daar moeten we vooral gaan naar een duidelijk begrip van welke PFAS we nog essentieel vinden, want voor sommige hebben we nog altijd geen vervanging.
Collega Verduyckt, ik denk dat we ook goed moeten opletten dat het voorzorgsprincipe er niet toe leidt dat we komen tot een complete standstill. Bijvoorbeeld richting uitloging in ons milieu, zou het, omdat er niets gebeurt, er net voor kunnen zorgen dat een aantal andere effecten die vermeden hadden kunnen worden, misschien niet vermeden worden. We moeten zeer goed opletten met het voorzorgsprincipe.
Er zijn drie belangrijke poten, minister. Ik vraag u om daar werk van te maken: duidelijkheid, realiteitszin, en gezondheid voor onze mensen. Ons milieu moet vooropstaan, en ook de rechtszekerheid voor wie onderneemt. Dat zijn drie belangrijke principes die u moet proberen te verzoenen, en ik reken ook op u om dat te doen.
De voorzitter
De heer Pieters heeft het woord.
Andy Pieters (N-VA)
De auditeur zegt inderdaad wat mevrouw Schauvliege zegt: leg Vlaanderen plat, leg elke werf plat, leg het grondverzet plat, en zorg voor nulrisico. Daar gaan wij niet mee akkoord. Ik wil dat hier helder zeggen. Dat wil natuurlijk niet zeggen, mijnheer Verduyckt, dat ik lijnrecht sta tegenover wat u net gezegd hebt. Uiteraard moeten we voldoende voorzorg nemen. Uiteraard moeten we de aanpak van de vervuiling wetenschappelijk onderbouwd verderzetten. Maar daarvoor is er net een wetenschappelijke onderbouwing, daarom zijn er veiligheidsmarges in die wetenschappelijke onderbouwing. Als dat nog beter kan, dan moeten we dat nog beter aanpakken. Maar nulrisico bestaat niet. Er is nood aan een kader dat een evenwicht vindt tussen milieu en gezondheidszorg enerzijds, maar ook de economische realiteit anderzijds.
De bouwsector, maar nog meer onze gezondheid en ons leefmilieu, heeft nood aan duidelijke en voorspelbare regels, en geen juridische mist. Het is aan ons om dat aan te pakken. Het is duidelijk dat de auditeur een interpretatie hanteert die wij niet delen. We kijken uit naar de uitspraak van de Raad van State.
Ik heb nog een bijkomende vraag, minister. Hebt u vanuit de bouwsector al concrete elementen gekregen die kunnen leiden tot een werkbaar kader, en zult u hen betrekken bij de rest van het traject, net zoals ook de gezondheids- en de milieuorganisaties?
De voorzitter
Mevrouw Burssens heeft het woord.
Debby Burssens (PVDA)
Het is inderdaad duidelijk dat we een zeer onzekere periode tegemoetgaan, mocht dit tijdelijke handelingskader sneuvelen. Een tijdje geleden, minister, zei u dat u dat handelingskader wilde herzien omdat het op dit moment niet werkbaar is en de kosten hoog oplopen. De auditeur zegt nu dat het handelingskader strenger zou moeten zijn.
Het doet ons een beetje denken aan de hele stikstofsaga. Niemand kan nog met enige zekerheid zeggen of de bouw van infrastructuurwerken, scholen en ziekenhuizen nog mogelijk zal zijn. We hebben daar dringend duidelijkheid nodig, met een definitief handelingskader dat in de eerste plaats de volksgezondheid beschermt.
Wij hebben nog een aantal bijkomende vragen. De kosten voor Oosterweel lopen nu al op tot meer dan 10 miljard euro. Dat dreigt nog op te lopen, en ook bij andere bouwprojecten in Vlaanderen. Hoe zult u ervoor zorgen dat die factuur maximaal bij de vervuiler terechtkomt? In het federale akkoord lezen we dat er een PFAS-sectorfonds wordt opgericht om de schade en de slachtoffers te vergoeden. Welke gevolgen heeft dat op Vlaams niveau?
Lydia Peeters (Open Vld)
Minister, namens onze fractie zou ik onze bekommernis willen uiten. Het is nog maar een verslag van de auditeur, nog geen arrest van de Raad van State. Alleszins creëert het op dit ogenblik heel veel onrust bij de bouwsector en andere sectoren. We horen verschillende sectoren die op deur kloppen en vragen om niet te wachten op dat definitieve arrest, maar om proactief te werk te gaan voor een robuust, veilig en haalbaar kader, zodat er opnieuw rust en werkzekerheid is. Daarom is mijn vraag aan u, minister, of u nu al aan een plan B zult werken, of dat u het arrest van de Raad van State afwacht.
De voorzitter
Minister Brouns heeft het woord.
Minister Jo Brouns
Vooreerst wil ik heel duidelijk stellen – opdat mijn woorden goed worden begrepen en niet worden verdraaid – dat we de bevindingen van de auditeur ernstig nemen. Dat heb ik gezegd en dat herhaal ik nu.
De evaluatie van zijn verslag is volop gaande. We hebben het nog maar twee weken. Het is een hele kluif. Gelet op het belang ervan, lijkt het me logisch dat we dat zeer, zeer grondig zullen evalueren. Het kompas zal altijd bestaan uit een aantal fundamentele aspecten: volksgezondheid, milieu, maar ook onze welvaart. Daar moet een evenwicht gevonden worden.
Er werd verwezen naar de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Deze werd opgemaakt door Arcadis en de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen).
Het is inderdaad zo dat we door verschillende stakeholders zijn gecontacteerd. Uiteraard is dat iets wat heel onze samenleving aanbelangt. We staan altijd open voor overleg en goede voorstellen, zolang ze constructief zijn en de volksgezondheid, milieubescherming en de toekomst van onze welvaart in Vlaanderen – dat kompas – kunnen bundelen in een rechtszekere oplossing. Die rechtszekerheid is fundamenteel, maar dan denk ik dat we hier samen door kunnen.
De voorzitter
Mevrouw Schauvliege heeft het woord.
Mieke Schauvliege (Groen)
Dank u wel, minister. Voor alle duidelijkheid: de auditeur heeft in zijn verslag helemaal niet gezegd dat we naar een nulrisico moeten gaan. De auditeur heeft gewoon heel duidelijk gezegd dat we grondig moeten onderbouwen wat er beslist wordt, en dat het moet voldoen aan de gezondheidsrisico’s en de normen die daarrond vastliggen. Dat is een belangrijk uitgangspunt, en dat vraagt deftige wetenschap.
Indien u rechtszekerheid wilt bieden, minister, dan is het ook belangrijk dat die normen gebaseerd zijn op echte wetenschap, en niet op pseudowetenschap. Ik denk dat het beste cadeau dat je bedrijven kunt geven, is ervoor zorgen dat je een deftig normenkader opstelt dat juridisch robuust is, dat niet onmiddellijk kan worden aangevochten. Dan kunnen we vooruit. Als je natuurlijk de kosten als hoofdmoot in de weegschaal gaat leggen, dan denk ik dat we ver van huis zijn, dan zitten we aan de nuance van de nuance, en dan vrees ik dat we de gezondheid op het spel zetten.
Mijn oproep is dan ook om uw huiswerk goed te doen, om het verslag van de auditeur ernstig te nemen, om ermee aan de slag te gaan, om te zorgen voor een deftig handelingskader dat gebaseerd is op wetenschap, dat uitgaat van de volksgezondheid. Als dat lukt, denk ik dat we grote stappen vooruitzetten.
De voorzitter
De heer De Roo heeft het woord.
Stijn De Roo (cd&v)
Collega Schauvliege, de auditeur heeft eigenlijk gezegd dat de huidige methodiek anders is dan bij andere parameters. Op zich is dat geen probleem, dat is ook niet onwetenschappelijk, maar het strookt niet met de doelstellingen van het Bodemdecreet. Dat is natuurlijk wat de auditeur zegt. Ik denk dat dat wel correct moet blijven.
Minister, u hebt de drie facetten waarover het moet gaan, herhaald. Het moet gaan over volksgezondheid, over milieu en ook over onze economie. Ik roep u nogmaals op om die drie te verzoenen, in afwachting van een definitief advies van de Raad van State.
De voorzitter
De vragen om uitleg zijn afgehandeld.